Tob 10

Tien problemen van verstandelijk gehandicapten

1. ‘Ik woon zelfstandig. Iedere vrijdag komt er een vrijwilliger bij me op bezoek, gezellig kletsen. Maar ik kan hem nog geen kopje koffie aanbieden. Gewoon geen geld voor.’

Door de afschaffing van de buitengewone aftrekregeling verslechtert de inkomenssituatie van veel mensen met een verstandelijke beperking nog verder.

2. ‘Philip heeft een licht verstandelijke beperking en woont alleen. Dat ging prima. Er kwam iedere week iemand langs voor de financiën. Maar straks krijgt Philip geen begeleiding meer. Ik ben bang dat hij nu onverantwoorde uitgaven gaat doen en schulden op gaat bouwen.’

Door bezuinigingen staat de ondersteunende begeleiding onder druk.

3. ‘Extra geld en begeleiding voor mijn kind – ik weet dat ik er recht op heb, maar ik weet niet meer hoe ik dat moet regelen. Ik word voortdurend doorgestuurd.’

Regelingen en structuren veranderen voortdurend, ouders met een verstandelijk gehandicapt kind lopen daardoor ondersteuning en begeleiding mis.

4. ‘Reinier heeft een autistische stoornis, hij heeft structuur en regelmaat nodig. Als hij een baan krijgt aangeboden met veel afwisseling en onzekerheid, moeten we die weigeren. En dan stopt zijn uitkering.’

In de nieuwe Wajong vervalt de uitkering voor jong gehandicapten bij werkweigering. En dat terwijl er nauwelijks passend werk is voor deze groep.

5. ‘Dit weekend was Marloes weer bij ons. Ik geniet daarvan. En zij ook. We hebben gefietst en zijn naar het theater geweest. In haar huis zou ze het hele weekend voor de TV hebben gehangen.’

De zorg in de instellingen verschraalt steeds verder. Er is te weinig tijd voor activiteiten met de bewoners.

6. ‘Mijn kind met Downsyndroom is een intelligente jongen. Ik heb met hem al acht scholen in de buurt bezocht, maar niemand wil hem hebben. Nu moet hij naar speciaal onderwijs, dertig kilometer verderop.’

Onderwijs in de buurt lijkt een normale zaak. Maar dit geldt niet voor kinderen met een verstandelijke beperking.

7. ‘Ik heb vier jaar de opleiding Winkelpraktijk op de praktijkschool gedaan. En nu wil ik heel erg graag gaan werken. Maar ik heb geen diploma. Ik kan nergens terecht.’

Leerlingen met een verstandelijke beperking verlaten de school vaak zonder papieren. Er is voor hen geen aangepaste diplomering.

8. ‘Mijn zoon loopt stage bij een schildersbedrijf. Hij kan een prima schilder worden, als hij nog een jaar begeleid wordt. Maar zodra hij van school gaat, stopt de begeleiding. De baas durft het niet aan om met hem in zee te gaan.’

Kinderen met een verstandelijke beperking worden niet naar werk toe geleid, waardoor veel talent verloren gaat.

9. ‘Voetbal is mijn leven. Ik ben een heel goede keeper. Maar op de club in het dorp willen ze me niet hebben. Nu kijk ik alleen nog voetbal.’

Kinderen met een verstandelijke beperking worden niet geaccepteerd op ‘normale sportclubs’. Er is daar vaak geen passende begeleiding.

10. ‘De mishandeling op zich was al pijnlijk genoeg. Maar de manier waarop de aangifte verliep, maakte het extra afschuwelijk. We moesten een uur reizen om bij een volslagen onbekende ons verhaal te doen. Mijn dochter klapte volledig dicht.’

Instellingen zijn niet altijd een veilige plek. Nog steeds komt mishandeling en seksueel misbruik voor. Bovendien zijn er onvoldoende geschoolde mensen die de aangifte kunnen opnemen.

banner word donateur vrijwilliger

wandelfeestZaterdag 20 april 2013 vindt de 3e editie van het Wandelfeest plaats!

Loop je ook mee? Klik hier